Ergonomie en zijn onvrede: waarom zitten anders moet worden bekeken
Share
Inleiding
Hoewel het woord ergonomie nog geen honderd jaar oud is, gaat het idee erachter meer dan 2.000 jaar terug. Hippocrates schreef al over de optimale inrichting van een werkplek, met als doel de efficiëntie van het werk te verbeteren. In de Middeleeuwen werd steeds duidelijker dat bepaalde vormen van arbeid schadelijk konden zijn voor de gezondheid van werknemers.
Sindsdien bestaat er binnen de ergonomie een fundamentele spanning tussen twee doelen: efficiëntie en gezondheid. In de praktijk heeft efficiëntie in de westerse wereld vrijwel altijd de overhand gekregen.
Efficiëntie versus gezondheid
Aan het begin van de twintigste eeuw werd deze spanning duidelijk zichtbaar in het werk van Winslow Taylor. Zijn methoden verhoogden de productiviteit aanzienlijk, bijvoorbeeld door het optimaliseren van gereedschappen zodat arbeiders meer werk konden verrichten in dezelfde tijd. Wat daarbij grotendeels werd genegeerd, was de impact op de gezondheid van de arbeider.
In Rusland ontstond rond dezelfde periode een andere benadering. Daar werd gezocht naar een balans waarin werkprocessen niet alleen efficiënt waren, maar ook minimale vermoeidheid veroorzaakten en bijdroegen aan de algemene ontwikkeling en gezondheid van de werknemer.
Succesvolle toepassingen van ergonomie
Ergonomie heeft onmiskenbaar successen gekend. Door beter inzicht in de interactie tussen mens en machine werden cockpit‑instrumenten in vliegtuigen overzichtelijker ontworpen, wat aantoonbaar heeft geleid tot minder ongelukken. Deze principes werden later ook toegepast in auto‑ontwerp, met als doel de verkeersveiligheid te verbeteren.
Opmerkelijk genoeg hebben deze inzichten nauwelijks geleid tot fundamentele verbeteringen in de kantooromgeving, terwijl miljoenen mensen daar dagelijks het grootste deel van hun werkende leven doorbrengen.
Het 90‑90‑90‑model: een achterhaald uitgangspunt
De meeste kantoorstoelen zijn nog steeds gebaseerd op het zogenoemde 90‑90‑90‑model: knieën, heupen en enkels in een hoek van 90 graden. Dit model stamt uit de negentiende eeuw en is lange tijd als ergonomische norm beschouwd.
Moderne anatomische inzichten tonen echter aan dat een meer open heuphoek veel natuurlijker is voor de menselijke wervelkolom. Deze houding ondersteunt de natuurlijke kromming van de onderrug (lordose) beter dan de traditionele zithouding.
Ondanks toenemende rugklachten en een breed scala aan alternatieven — van zit‑sta‑bureaus tot balansballen — blijft dit verouderde model dominant binnen de ergonomische industrie.
Passief zitten als gezondheidsrisico
Epidemiologisch onderzoek wijst op een zorgwekkend verband tussen langdurig passief zitten en de algemene gezondheid. Acht uur per dag zitten kan de levensverwachting met wel twee jaar verkorten. Zitten is daarmee geen neutrale handeling, maar een relevante factor voor de volksgezondheid.
Toch blijft een fundamentele herziening van gangbare ergonomische richtlijnen grotendeels uit.
Een andere benadering van ergonomie
Lange termijn
De ergonomie‑gemeenschap zou haar focus moeten verbreden. Niet alleen het voorkomen van acute klachten of repetitieve belasting, maar het actief bevorderen van algehele gezondheid zou centraal moeten staan — een visie die al bijna een eeuw geleden werd voorgesteld, maar nooit volledig is doorgevoerd.
Korte termijn
Totdat deze bredere verandering plaatsvindt, kunnen individuen zelf stappen zetten:
· Neem zithouding serieus, vooral bij langdurig kantoor‑ of thuiswerk.
· Ga in gesprek met werkgevers over alternatieven voor traditionele ergonomische stoelen.
· Overweeg actieve zitoplossingen die beweging stimuleren en passief zitten doorbreken.